Deze website maakt gebruik van cookies

Mogen we cookies plaatsen? Zo kunnen we je de beste website ervaring bieden! Onze prachtige video's mogen wij alleen voor je afspelen als je de cookies accepteert. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze privacyverklaring.

Akkoord
Niet akkoord
Marcel Stoutjesdijk artikel CVO
  • Digitale geletterdheid 
  • AI
  • Accent Capelle

Als AI ergens moe van zou kunnen worden, dan waarschijnlijk van mij

Marcel Stoutjesdijk, docent praktijkonderwijs op Accent Capelle, noemt AI een extern kladblok voor zijn hoofd. Hij zit vol ideeën en gebruikt AI om er structuur in te brengen, bij lesmateriaal, maatschappijleer en de organisatie rond Het Meesterwerk. Zijn belangrijkste les: controleer alles en blijf er zelf in zitten. Als AI-ambassadeur wil hij collega’s nieuwsgierig maken. Probeer het, stel een vraag, maak fouten.

Marcel Stoutjesdijk | Docent Accent Capelle

Als AI ergens moe van zou kunnen worden, dan waarschijnlijk van mij.

“Maak het korter.”
“Nee, nu is het weer te zakelijk.”
“Zo praat ik helemaal niet.”
“Kan het iets persoonlijker?”
“En haal die moeilijke woorden er ook maar uit.”

En als het antwoord dan eindelijk precies lijkt te zijn wat ik zoek, bedenk ik meestal nog iets wat er absoluut bij moet.

Misschien zegt dat net zoveel over mij als over AI. Ik heb namelijk nogal veel ideeën. Ik zie snel mogelijkheden, word enthousiast en voor ik het weet ben ik alweer drie stappen verder. Op school kan het in mijn hoofd gaan van een leerling naar Het Meesterwerk, van logistiek naar een lesidee, van een mailtje dat ik nog moet beantwoorden naar een nieuw plan met AI.

Allemaal belangrijk natuurlijk.

Tenminste, dat vind ik op dat moment.

En dan helpt AI mij. Niet omdat AI alles beter weet. En ook zeker niet omdat alles wat eruit komt meteen goed is. Voor mij is het vooral een soort extern kladblok voor mijn hoofd. Soms weet ik precies wat ik wil en geef ik een duidelijke opdracht. Maar eerlijk gezegd gebeurt het minstens zo vaak dat ik gewoon begin.

Dit speelt er allemaal. Help me eens om er structuur in te krijgen.

En dan gebeurt er iets wat ik prettig vind. Er staat iets.

Een begin.

Ik kan erop reageren. Iets schrappen. Iets toevoegen. Of zeggen: nee, dit ben ik totaal niet. Ook dat helpt.

Van supermarkt naar maatschappijleer

Mijn gebruik van AI begon niet met grootse ideeën over de toekomst van het onderwijs. Ik wilde vooral iets maken waar ik op dat moment behoefte aan had. Bij Accent Hoogvliet gebruikte ik AI bijvoorbeeld bij het maken van oefenmateriaal voor het SVA-traject ‘Werken in de supermarkt’. Hoe maak ik een uitleg eenvoudiger? Hoe deel ik een opdracht op in kleine stappen? Hoe voorkom ik dat een leerling al afhaakt voordat hij goed en wel begonnen is?

Dat vond ik interessant. Later, op De Meerpaal, ging ik AI gebruiken voor maatschappijleer en maatschappijkunde. Voor lessen over politiek en criminaliteit, werkbladen, de online leefwereld van jongeren en bij het maken van PTA’s. En juist daar ontdekte ik iets anders.AI is voor mij ook een plek waar ik zonder gêne kan zeggen:

“Ik snap dit niet helemaal.”

Dat klinkt misschien gek voor iemand die al behoorlijk wat jaren voor de klas staat. Als ervaren docent heb je soms toch het idee dat je het allemaal zou moeten weten. Maar natuurlijk is dat onzin. Niemand weet alles.

Tegen AI zeg ik rustig:

“Leg het nog eens uit.”

En als ik het dan nog niet begrijp:

“Nee, eenvoudiger. Leg het uit alsof ik veertien ben.”

Heerlijk.

Er rolt niemand met zijn ogen. Niemand denkt: daar heb je Marcel weer. Althans, voorlopig niet.

Het klinkt overtuigend. Maar klopt het ook?

Daar zit meteen een belangrijke andere kant van AI. Want ik kwam er al snel achter dat iets wat heel overtuigend klinkt, nog niet waar hoeft te zijn. Dus controleren blijft nodig. En soms kreeg ik materiaal terug dat inhoudelijk aardig was, maar waarvan ik meteen dacht:

Dit kan ik echt niet uitdelen.

Te glad.

Te netjes.

Te veel keurige kopjes en keurige zinnen.

Het zag eruit alsof AI heel graag wilde laten zien hoe goed AI wel niet kon schrijven. Waarna mijn opdracht dus werd:

“Maak het minder AI-achtig.”

Daar moet ik zelf nog steeds om lachen. Je vraagt AI om iets te schrijven en klaagt vervolgens dat het klinkt alsof het door AI is geschreven. Succes met deze klant.

En nu: Het Meesterwerk

Inmiddels werk ik bij Accent Capelle en gebruik ik AI weer op andere manieren. Rond Het Meesterwerk bijvoorbeeld. Daar komen allerlei dingen samen: de winkel, horeca, logistiek, voorraad, planning, leerlingen en allerlei ideeën over hoe we Het Meesterwerk verder kunnen ontwikkelen. En laat dat nou precies een omgeving zijn waarin mijn hoofd op volle toeren gaat draaien.

We kunnen dit doen.
Maar misschien moeten we ook daar eens naar kijken.
O ja, dat moet ook nog.
En als we nou…

Stop.

Eerst overzicht. Daar helpt AI me enorm bij. Niet door het werk van mij over te nemen, maar door mij te dwingen mijn gedachten op een rij te zetten.

Wat speelt er?
Wat is belangrijk?
Wat moet eerst?
Wat kan wachten?

En soms zou de beste reactie van AI waarschijnlijk gewoon moeten zijn:

“Marcel, kies nou eerst één ding.”

Misschien komt die functie nog.

Van onderwijs naar U2

Het grappige is dat AI zich bij mij allang niet meer beperkt tot mijn werk. Ik gebruik het voor hardlopen, gezonder eten, teksten die ik wil schrijven, plannen die ik wil maken en dingen waar ik nieuwsgierig naar ben. Zelfs voor een persoonlijke U2-route door Dublin heb ik AI gebruikt. Het ene moment gaat mijn vraag over praktijkonderwijs en vijf minuten later over Bono. Dat klinkt misschien totaal onlogisch. Voor mij niet. Blijkbaar werkt mijn hoofd gewoon zo.

Zelfs mijn sollicitatiebrief ontsnapte er niet aan

Ook mijn sollicitatiebrief voor Accent Capelle heb ik met hulp van AI geschreven. En juist daar kwam voor mij een belangrijke les naar voren. Want AI kan heel gemakkelijk een keurige sollicitatiebrief maken. Misschien wel té keurig. Maar als je mij uit zo'n brief haalt, blijft er weinig over waar ik iets aan heb. Voor mij begint onderwijs bij de relatie. Een leerling moet merken dat je hem ziet. Humor helpt. Vertrouwen helpt. Duidelijkheid ook. Weten waar je aan toe bent en tegelijkertijd voelen dat iemand in je gelooft.

Dat is wie ik ben als docent. Als dat uit mijn sollicitatiebrief verdwijnt en vervangen wordt door prachtige beleidstaal, dan kan de brief grammaticaal perfect zijn en toch totaal niet kloppen. Omdat ik er niet meer in zit. En volgens mij geldt dat voor bijna alles wat je met AI maakt. Je moet er zelf in blijven zitten.

Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik de afgelopen tijd heb geleerd. AI wordt beter als ik er meer van mezelf in stop. Niet alleen:

“Schrijf een tekst over AI in het onderwijs.”

Maar vertellen wat ik heb meegemaakt. Waar ik enthousiast van word. Waar ik twijfel. Wat misging. Welke leerling me aan het denken zette. Waarom ik iets belangrijk vind. En vooral ook durven zeggen:

“Nee. Dit ben ik niet.”

Want zonder jouw ervaringen, humor, twijfel en overtuigingen krijg je misschien een prachtige tekst. Maar voor hetzelfde geld is het de tekst van een willekeurige docent. Ik wil dat iemand die iets van mij leest denkt:

Ja. Dat is Marcel.

Met alle rafelrandjes erbij.

Er zit natuurlijk ook een valkuil in

Want er is één probleem met AI waar ik zelf bijzonder gevoelig voor ben. Je kunt altijd nóg een versie vragen. Nog eentje.

“Kan het wat warmer?”

Nieuwe versie.

“Iets korter misschien?”

Nieuwe versie.

“Toch iets persoonlijker.”

Nieuwe versie.

En voor je het weet ben ik twintig minuten bezig om een mailtje van vijf regels met behulp van de modernste technologie nét iets spontaner te laten klinken. Dan is die enorme tijdwinst van AI ineens een interessant theoretisch concept geworden. Soms moet ik dus vooral niet nóg een prompt schrijven.

Dan moet ik tegen mezelf zeggen:

Marcel. Het is goed zo. Versturen.

Dat is misschien mijn volgende stap in het werken met AI: niet leren hoe ik nóg beter kan prompten, maar leren wanneer ik ermee moet stoppen.

Waarom ik AI-ambassadeur wil zijn

Als AI-ambassadeur binnen CVO wil ik daarom ook niet alleen het enthousiaste verhaal vertellen. Begrijp me niet verkeerd: ik bén enthousiast. Enorm zelfs. Ik zie ontzettend veel mogelijkheden voor het onderwijs. Voor het voorbereiden van lessen. Voor het begrijpelijk maken van taal. Voor structuur. Voor ideeën. Voor praktische taken. En soms gewoon om een eerste zetje te krijgen wanneer je naar een leeg scherm zit te kijken.

Maar ik vind de vragen eromheen minstens zo interessant.

  • Wanneer helpt AI je echt?
  • Wanneer vertrouw je er te veel op?
  • Hoe zorg je ervoor dat je blijft controleren?
  • Hoe voorkom je dat alles ineens hetzelfde klinkt?

En misschien wel de belangrijkste: Hoe zorg je ervoor dat jij zelf zichtbaar blijft in wat je met AI maakt?

Daar wil ik het met collega's over hebben. Niet vanuit het verhaal dat iedereen morgen ineens met AI moet gaan werken. Wel vanuit nieuwsgierigheid. Probeer het eens. Stel een vraag. Ga ermee in gesprek. Maak fouten. Laat iets maken waarvan je denkt: wat moet ik hier nou weer mee? En probeer het opnieuw.

Want zo heb ik het zelf eigenlijk ook geleerd. Ik ben nog lang niet klaar.

Ik heb inmiddels veel met AI gedaan, maar ik heb absoluut niet het gevoel dat ik het allemaal begrijp.

Integendeel.

Hoe meer ik ermee werk, hoe meer nieuwe vragen ik krijg.

En dat vind ik misschien juist wel het leukste eraan.

AI helpt mij om mijn gedachten op gang te krijgen. Om structuur aan te brengen wanneer het in mijn hoofd druk is. Om ergens te beginnen als ik nog niet precies weet waar ik uit wil komen. Maar de dingen die er echt toe doen?

Die moet ik er zelf in blijven stoppen. Mijn ervaring. Mijn humor. Mijn twijfel. Mijn enthousiasme. Mijn fouten. Mijn verhaal. Ook dit verhaal trouwens.

Want mijn eerste reactie op een eerdere versie was uiteraard:

“Leuk. Maar maak het persoonlijker.”

En eerlijk gezegd?

Waarschijnlijk kan het nóg persoonlijker.

Wil je iets delen met collega's? Graag!

Copyright © CVO Basisvaardigheden | Website: Pencilblocks | Webdesign: Pencilpoint - creatief in vorm & inhoud